Home / Specialismen / Faillissementsfraude & bedrieglijke bankbreuk

Verdacht van faillissementsfraude of bedrieglijke bankbreuk

Een faillissement leidt vrijwel altijd tot vragen over administratie, betalingen en beslissingen van het bestuur. De curator onderzoekt de oorzaken van het faillissement en kan informatie opvragen bij bestuurders, werknemers, accountants en andere betrokkenen. Wanneer de curator of een opsporingsinstantie vermoedt dat schuldeisers opzettelijk zijn benadeeld, kan daarnaast een strafrechtelijk onderzoek naar faillissementsfraude volgen.

Een onderzoek betekent uiteraard niet dat fraude vaststaat. Ondernemen brengt risico's mee en achteraf kan een zakelijke beslissing ongunstig blijken. In het strafrecht draait het echter om concrete gedragingen, de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de wetenschap of bedoeling van de verdachte. Vroege juridische bijstand helpt voorkomen dat een onvolledig of verkeerd beeld de basis van de zaak wordt.

Wat wordt verstaan onder faillissementsfraude?

Faillissementsfraude is een verzamelnaam voor strafbare gedragingen rond een faillissement. Het kan gaan om het onttrekken of verbergen van bezittingen, het bevoordelen van bepaalde schuldeisers, het verstrekken van onjuiste informatie of het niet voldoen aan wettelijke administratie- en informatieverplichtingen.

Bij bedrieglijke bankbreuk ligt de nadruk doorgaans op handelen waardoor schuldeisers opzettelijk worden benadeeld. Voor de beoordeling zijn onder meer de timing van transacties, de financiële situatie van de onderneming, de zakelijke reden voor betalingen en de rol van iedere betrokkene belangrijk. Niet iedere betaling kort voor een faillissement is strafbaar en niet iedere gebrekkige administratie bewijst opzet.

Verplichtingen tegenover de curator

Een bestuurder of gefailleerde moet de curator informeren en medewerking verlenen voor zover de wet dat verlangt. Ook moet de administratie beschikbaar zijn. Die verplichtingen kunnen spanning opleveren wanneer tegelijk een strafrechtelijke verdenking bestaat of dreigt te ontstaan.

Het is onverstandig om informatie achter te houden, documenten te wijzigen of zonder overzicht grote hoeveelheden materiaal te verstrekken. Breng eerst in kaart welke informatie wordt gevraagd, waar deze zich bevindt en wie daarover kan verklaren. Stem civielrechtelijke en strafrechtelijke belangen op elkaar af. Indien de curator van mening is dat u onvoldoende medewerking verleent, kan hij de rechtbank verzoeken u te gijzelen. Dreigt een gijzeling, neem dan direct contact op met een gespecialiseerd advocaat.

Administratie en digitaal bewijs

In faillissementszaken wordt niet alleen naar de formele boekhouding gekeken. Ook e-mail, bankmutaties, contracten, cloudbestanden, berichtenverkeer en gegevens van boekhouder of accountant kunnen relevant zijn. Daarmee moet de feitelijke besluitvorming worden gereconstrueerd: wie gaf opdracht, welke informatie was toen beschikbaar en welk zakelijk doel werd nagestreefd?

Bewaar alle relevante gegevens en stel een tijdlijn op. Zorg dat feiten en juridische kwalificaties uit elkaar worden gehouden. Een betaling aan een gelieerde partij kan vragen oproepen, maar de context — bijvoorbeeld een bestaande verplichting of reële tegenprestatie — kan van groot belang zijn.

Verhoor als verdachte

Wordt u uitgenodigd voor een verhoor door de politie of FIOD, laat u dan vooraf informeren over uw positie. Als verdachte heeft u recht op overleg met een advocaat en kunt u gebruikmaken van uw zwijgrecht. Of, wanneer en hoe u verklaart, is een strategische keuze die pas kan worden gemaakt nadat de verdenking en beschikbare stukken zo goed mogelijk zijn beoordeeld.

Ook de positie binnen de onderneming telt. De belangen van de rechtspersoon, bestuurder, financieel verantwoordelijke en accountant kunnen uiteenlopen. Het is daarom niet altijd verstandig dat alle betrokkenen dezelfde advocaat hebben of hun verklaringen op elkaar afstemmen.

Strafrechtelijke verdediging bij faillissementsfraude

De verdediging richt zich onder meer op de vraag of sprake was van opzet, of schuldeisers daadwerkelijk zijn benadeeld, of de administratie voldoende inzicht bood en of de verdachte persoonlijk verantwoordelijk kan worden gehouden. Daarnaast kan worden gekeken naar de rechtmatigheid van doorzoeking en beslag, de betrouwbaarheid van financiële analyses en alternatieve verklaringen voor transacties.

Bent u bestuurder, ondernemer of adviseur en heeft de curator kritische vragen gesteld? Of bent u aangemerkt als verdachte van faillissementsfraude of bedrieglijke bankbreuk? Neem dan vroegtijdig contact op om uw positie en vervolgstappen te bespreken.

Mr. D.C.O. (Daniel) Ayinla

Mr. D.C.O. (Daniel) Ayinla

Advocaat strafrecht & bestuursrecht — cum laude Universiteit Leiden, docent strafrecht

Laat uw positie beoordelen voordat u uitgebreid verklaart of stukken aanlevert.